Laser Cutter Epilog Mini 24 – Intro

Het Fab Lab Paramaribo beschikt over een laser cutter / engraver van het type Epilog Mini 24 Laser van Epilog met een 40 W laser. Op basis van een 2D-ontwerp in uw computer, kan deze machine plaatmateriaal snijden, graveren of rasteren. Via een hulpstuk is het ook mogelijk om cylindrisch materiaal te graveren. De machine kan gebruikt worden om materialen nauwkeurig en snel te “zagen” en om opschriften in materialen te graveren, foto’s en vlakken te rasteren (grijstinten) en belijningen en versieringen aan te brengen.

Het werken met de laser cutter komt in het kort neer op: het maken van een 2D-ontwerp, het openen daarvan op de bedieningscomputer en het “printen” via de laser cutter.

Ontwerp

Het werken met de laser cutter start met het maken van een 2D-ontwerp in uw computer. U kunt met 2D ontwerp-software aan de slag zoals Inkscape (gratis) of CorelDraw. U kunt ook ontwerpen van anderen gebruiken, zoals rechtenvrije foto’s om te rasteren die bijvoorbeeld op Flickr (http://www.flickr.com) te vinden zijn. U kunt dergelijke ontwerpen / afbeeldingen zelf aan uw wensen aanpassen. Ook kunt u een bestaande afbeelding eerst scannen (2D) en daarna al dan niet aanpassen.

Bedieningscomputer

Op de bedieningscomputer, opent u uw ontwerp in een tekenprogramma zoals Inkscape. Vervolgens gaat u “printen”, net zoals dat bij papier-printers gebeurt. De laser cutter staat namelijk gewoon in het rijtje van beschikbare printers. Via de voorkeurinstellingen kunt u aangeven om wat voor materiaal het gaat, volgens welke methode u wilt rasteren, welke resolutie (DPI) u wenst, enz. Of een bepaalde lijn in uw ontwerp gesneden dan wel gegraveerd wordt, hangt af van de combinatie van lijndikte en resolutie. Zodra u op Print klikt, wordt uw hele printjob naar de lasercutter gestuurd.

Laser cutter

De laser cutter ontvangt uw printjob en slaat die op in het geheugen. Feitelijk is vanaf dat moment de rol van de bedieningscomputer uitgespeeld.

U plaatst het materiaal in de laser cutter, schakelt de afzuiger en de compressor aan en drukt op GO op het paneel van de laser cutter. De machine gaat aan het werk. Dat is niet ongevaarlijk (brandgevaar). De laser cutter is daarom ook voorzien van een noodstop. Is de printjob uitgevoerd, dan kunt al compressor, laser cutter en afzuiger weer uitschakelen.

In de praktijk gaat het “printen” meestal niet in een keer goed. Soms past de lay-out op het beeldscherm niet goed bij de afmetingen van het materiaal in de printer. Daarom is het verstandig om eerst op goedkoop materiaal zoals karton te printen. Verder vraagt het wat experimenteren om de juiste printinstellingen te vinden (welke snelheid, welke power). Toch blijft de laser cutter een relatief gemakkelijk in te zetten machine. In veel Fab Labs is juist deze machine het meest in trek.